De vraag of zonnepanelen nog lonen in 2026 hoor je vaak in België, sinds de afschaffing van de digitale meter en de overgang naar nieuwe afrekening. Het antwoord is genuanceerd: ja, ze lonen nog steeds, maar het rendement is anders dan in de gouden jaren 2010-2020. Hieronder lees je de huidige stand van zaken.
De huidige situatie
Sinds het systeem van de terugdraaiende teller eindigde, betalen Vlaamse zonnepaneel-eigenaars elektriciteit voor wat ze van het net afnemen, en krijgen ze een kleine vergoeding (capaciteitstarief en injectievergoeding) voor wat ze terugleveren. De economie is verschoven van “produceer veel” naar “verbruik wat je produceert”.
In Wallonie loopt het systeem nog deels via terugdraaiende teller voor bestaande installaties, en sinds 2024 worden ook daar smart meters aangelegd. Op nieuwe installaties geldt vrijwel overal een netvergoeding (100 tot 250 euro per jaar afhankelijk van het vermogen).
Terugverdientijd
Een typische installatie van 4 tot 6 kWp kost in 2026 tussen 6.000 en 10.000 euro inclusief omvormer en montage. De terugverdientijd ligt tussen 7 en 12 jaar afhankelijk van je verbruikspatroon, je dakhelling en oriëntatie, en de huidige stroomprijzen.
Voor wie veel overdag thuis is (thuiswerkers, gepensioneerden, gezinnen met jonge kinderen), liggen de besparingen aan de bovenkant. Voor wie pas ’s avonds verbruikt, scheelt het tot 30 tot 40 procent in totale opbrengst tenzij je een thuisbatterij installeert.
Eigen verbruik wordt belangrijker
Onder het nieuwe systeem geldt: hoe meer van je opgewekte stroom je zelf gebruikt, hoe beter je rendement. Streef naar een eigenverbruik van minstens 60 tot 70 procent van wat je opwekt. Dat doe je door slim met je apparaten om te gaan: was- en vaatwasmachine overdag aanzetten, elektrische wagen overdag laden, warmwatertank verwarmen op zonne-uren.
Slimme stuursystemen (zoals een Solaredge-monitor, een Sigma- of Tibber-app) maken dit automatisch. Reken op 200 tot 600 euro voor een goed monitoringsysteem dat zich binnen 2 jaar terugbetaalt door betere afstemming van verbruik op opbrengst.
Combineren met thuisbatterij
Een thuisbatterij slaat overschot van overdag op voor ’s avonds. Een batterij van 5 tot 10 kWh kost tussen 4.000 en 9.000 euro inclusief installatie. Daarmee verhoog je je eigenverbruik vaak van 30-40 procent naar 70-85 procent.
De terugverdientijd van een batterij ligt momenteel tussen 10 en 15 jaar, soms langer. Voor wie puur op rendement let, is de batterij anno 2026 nog niet altijd aantrekkelijk. Voor wie autonoom wil zijn, een EV oplaadt of een buffer wil tegen stroomuitval, is de waarde groter dan puur het financiële rendement.
Praktische overwegingen
Niet elk dak is geschikt. Ideaal is een zuidelijk dak met helling tussen 30 en 45 graden, zonder schaduw van bomen of belendende gebouwen. Oost-west panelen geven 80 tot 90 procent van het rendement van een zuidpaneel maar spreiden de productie over de dag, wat voor zelfgebruik juist gunstig is.
Vraag minstens 3 offertes bij verschillende installateurs (geen makelaars, maar echte uitvoerders). Goede merken: SunPower, REC, Trina, JA Solar voor panelen; SolarEdge, Huawei, Fronius voor omvormers. Vraag naar fabrieksgarantie (25 jaar op panelen is standaard) en uitvoerders-garantie (minstens 5 jaar op installatie).
Subsidies
De directe subsidies voor zonnepanelen zijn afgelopen in Vlaanderen sinds 2020. In Wallonië bestaan nog de Qualiwatt-premies in beperkte vorm. In Brussel kun je groene certificaten voor productie ontvangen, wat de terugverdientijd korter maakt.
De BTW-aftrek (6 procent in plaats van 21 procent voor woningen ouder dan 10 jaar) blijft de belangrijkste fiscale gunst. Op een installatie van 8.000 euro bespaar je hiermee 1.200 euro. Combineer dit met een verlaagde nettarief tijdens de eerste jaren waar mogelijk, en je rendement op investering stijgt al naar 7 tot 9 procent per jaar – beter dan de meeste banksparingen.