Een muur stuken doet niet alleen de profs. Met een beetje voorbereiding en geduld kun je zelf een gladde, professioneel ogende afwerking realiseren. Wel goed om weten: het is fysiek werk en vraagt rust. Reken op een dag werk per kamer voor een beginner. Hieronder lees je hoe je begint.
Welke stuc kies je
Voor binnen kies je tussen drie hoofdtypes: kalkstuc (klassieke variant, ademend, goed voor oude muren), gips-pleister (snelhardend, ideaal voor renovaties) en kant-en-klaar pleisterwerk (Knauf Easy Putz, Sista Pleister, vanaf 25 euro per emmer van 25 kg).
Voor wie zelf doet zonder ervaring is een kant-en-klare pleister de eenvoudigste keuze. Hij komt al gemixt uit de emmer en je hoeft alleen je kwast in te dopen. Voor een muur van 10 m² heb je ongeveer 2 emmers nodig (50 kg pleister). Reken op 50 tot 100 euro materiaalkost voor een kleine kamer.
Voorbereiding is alles
Een goede voorbereiding bepaalt 80 procent van het eindresultaat. Verwijder eerst alle losse delen, oude verf en behang. Vul gaten en scheuren met een gipsplamuur. Schuur de muur licht zodat de pleister kan hechten. Stof de muur grondig af.
Pas vervolgens een hechtprimer toe op de hele muur. Op een poreuze ondergrond (oude kalkmuur) gebruik je een siliconaat-primer; op een gladde ondergrond (gipsplaat, beton) een gewone hechtprimer. Reken op 20 tot 40 euro voor primer voor een gemiddelde kamer. Wacht 12 uur droogtijd voor je verder gaat.
De juiste consistentie
Pleister moet de consistentie van dikke yoghurt of zachte mayonaise hebben. Te dun en hij zakt af de muur, te dik en hij wordt klonterig en moeilijk te smeren. Bij twijfel: liever iets aan de stevigere kant, je kunt altijd water bijvoegen.
Bij kant-en-klare pleister meng je niet, behalve als hij na een paar uur uitdroogt op het oppervlak. Roer dan voorzichtig met een spaan; voeg geen water toe tenzij absoluut noodzakelijk. Verkeerd gewaterde pleister geeft krimpscheuren tijdens het drogen.
Aanbrengen in lagen
Werk altijd in dunne lagen, nooit in één dikke laag. Een eerste laag van 2 tot 3 mm, laat 24 uur drogen, schuur licht bij. Dan een tweede laag van 2 tot 3 mm voor de eindafwerking. Voor structuur of textuur gebruik je een kunststofplaat of een spons in de natte tweede laag.
Werk met een troffel (vlakke spaan) van 25 tot 30 cm breed. Houd hem onder een hoek van 30 graden tegen de muur en strijk in lange, gelijkmatige bewegingen. Begin onderaan en werk omhoog, of werk per vlak van 1 m² als de muur groot is. Vermijd plekken met dikkere of dunnere pleister; werk consistent.
Afwerken
Na de tweede laag laat je 4 tot 6 uur drogen tot de pleister halfdroog is (dofgrijs maar nog niet helemaal hard). Dan begin je met “polijsten”: je strijkt over de muur met een vochtige spons of vilten plaat tot het oppervlak glad en glanzend wordt.
Voor een ultragladde afwerking gebruik je een metalen plamuurmes om laatste oneffenheden weg te halen. Schuren met fijn schuurpapier (korrel 240) na volledige droging (24 uur) verzacht eventuele resterende oneffenheden. De muur is dan klaar om over te schilderen of te behangen.
Reken op een totale kost van 100 tot 200 euro materiaal voor een gemiddelde kamer (15 tot 20 m² muur), plus eventueel 50 euro voor goed gereedschap (troffel, spons, plamuurmes, kwast voor primer). Een prof aanrekenen kost je tussen 25 en 45 euro per m², dus voor een kamer van 20 m² muur al snel 500 tot 900 euro. Het verschil maakt zelf doen veel aantrekkelijker.