Plinten plaatsen lijkt eenvoudig, maar de afwerking maakt het verschil tussen een DIY-look en een professioneel resultaat. Met goed gereedschap en een paar trucs lukt het je in een halve dag voor een kamer. Hieronder lees je de stappen.
Wat heb je nodig
De basisuitrusting: plinten op maat (5 tot 12 euro per lopende meter voor MDF, 10 tot 25 euro voor massief hout), verstekzaag (een eenvoudige handzaag met verstekbak vanaf 30 euro, of een elektrische afkortzaag vanaf 100 euro), montagelijm of plintnagels, kit, plamuur en een kwast voor afwerking.
Reken op 50 tot 100 euro voor goed gereedschap als je niets in huis hebt. Een goede verstekzaag is essentieel: zonder strakke hoeken oogt de plint slordig. Voor wie regelmatig klust, is een elektrische afkortzaag (Bosch, Makita, vanaf 150 euro) een goede investering die jaren meegaat.
Stap 1: meten en bestellen
Meet de totale meters plint die je nodig hebt voor de kamer. Vergeet nissen, deurkozijnen en uitspringende muren niet. Tel 10 procent extra bij voor verzaag-verlies. Voor een kamer van 20 m² heb je ongeveer 18 tot 20 meter plint nodig (afhankelijk van de vorm).
Kies de hoogte: standaard 8 cm, klassiek 12 tot 15 cm, statig 18 tot 25 cm. Hogere plinten geven een klassieker, statig effect en zijn populair in renovaties van oude woningen. Een hoogte van 10 cm volstaat voor moderne interieurs. Bestel altijd 1 of 2 lange stukken extra; oneven stukken die overblijven kun je niet altijd hergebruiken.
Stap 2: voorbereiden
Schuur en stof de muur af op de plek waar de plint komt. Verwijder oude lijmresten of plinten zorgvuldig. Schilder de plinten al af voor je ze plaatst (basislaag plus eindlaag). Het werk gaat veel sneller dan na plaatsing schilderen, met minder verfvlekken op de muur en de vloer.
Laat de plinten minstens 24 uur acclimatiseren in de kamer waar ze geplaatst worden. Hout en MDF werken in op vochtigheid; wie ze direct uit de winkel plaatst, riskeert later spleten of bobbels. Houd de plinten plat liggen, niet rechtop tegen een muur, om vervorming te vermijden.
Stap 3: zagen op verstek
Voor binnenhoeken en buitenhoeken zaag je de plinten in een hoek van 45 graden. Een goede verstekzaag laat dit met precisie toe. Voor een binnenhoek (twee plinten die in een hoek van 90 graden samenkomen) zaag je beide stukken in 45 graden naar binnen lopend.
Voor een buitenhoek (uitspringend, bv. rond een balustrade) zaag je de tegenovergestelde 45-graden-hoek. Test altijd eerst met een proefzaagsnede op een afvalstuk. Maak dunne lijnen met een potlood, niet dikke streepjes; deze geven onnauwkeurigheid.
Stap 4: bevestigen
Voor moderne wanden gebruik je montagelijm (Bison Montagekit, Pattex No More Nails, Sika Montage Premium, vanaf 6 euro per koker). Breng een dunne, gelijkmatige rups lijm aan op de achterkant van de plint, druk stevig tegen de muur en houd 30 seconden vast.
Voor klassieke woningen met massieve muren werk je met plintnagels of -spijkers. Sla die schuin door de plint in de muur, met een afstand van 40 tot 60 cm tussen elke nagel. Verlies de nagels in de plint met een nageldoorslager en plamuur ze later af. Een tussenoplossing is lijm plus enkele spijkers voor extra zekerheid.
Stap 5: afwerken
Vul de spleten tussen plint en muur (vooral op niet helemaal rechte muren) met een acrylkit (witte schilderkit van Bostik of Soudal, vanaf 4 euro per koker). Strijk glad met een natte vinger of een kitspatel. Wacht 24 uur drogen.
Bij hoeken die niet helemaal sluiten (toch een spleet zichtbaar), vul ook met witte kit. Schilder de plinten en de bijgewerkte stukken af met de eindlaag verf. Voor een perfecte afwerking gebruik je een fijne kwast (5 cm) en werk je in dunne lagen, nooit in één dikke laag.
De totale werktijd voor een gemiddelde kamer ligt tussen 4 en 8 uur, afhankelijk van het aantal hoeken en complexe stukken. Met deze stappen krijg je een resultaat dat moeilijk te onderscheiden is van professioneel werk, voor 1/3 van de prijs van een schrijnwerker.